Kan ik de ander kennen?
Kennen heeft vele gezichten. Je kunt iemand kennen van gezicht, van naam, van jaren
samen. Je kunt iemand dénken te kennen – en dan verrast worden. En je kunt iemand
kennen zoals je een stad kent: je weet waar de winkels zijn, maar niet hoe het er ’s nachts
voelt.
Laten we samen onderzoeken:
· Wat betekent “kennen” eigenlijk? Weten hoe iemand heet en wat zhij doet – of weten wat
hem drijft, waar zhij van schrikt? En is dat laatste ooit compleet?
· Ken ik de ander, of ken ik mijn beeld van de ander? Ik zie wat zhij doet, hoor wat zhij
zegt, en vul de rest zelf in. Is dat kennen – of een hardnekkig vermoeden?
· Kan kennen zonder weten? Soms ken je iemand beter dan je kunt uitleggen. Is dat
diepere kennis – of giswerk met een goed imago?
· Wordt kennen ooit af? Wie de ander volledig kent, hoeft niet meer te luisteren. Misschien
is echte nabijheid wel: nieuwsgierig blijven naar iemand die je nooit helemaal doorgrondt.
En dan nog dit: kan ik eigenlijk ook wel mezelf kennen?
