Van Jaap Ferwerda, begeleider poëziegroep Divers, ontvingen we het volgende:

Lieve lezertjes, in deze onwerkelijke tijden moeten we ook aan de normale dingen denken, zoals de lente, ik noem maar wat. Want die is begonnen! Het toeval wil dat dat een van de meest bedichte onderwerpen in de poëzie is, zodat ik jullie moeiteloos een gedicht dienaangaande kan toesturen. Ik raad jullie aan het hardop te lezen. Woordverklaring onderaan. Blijf gezond!
Jaap Ferwerda (begeleider poëziegroep Divers)

‘K ZAL MIJ VAN TE DICHTEN ZWICHTEN

‘k Zal mij van te dichten zwichten,
zo ‘t mijn hart niet wel en gaat:
wie kan rijpe bezen lezen
van een tak die droge staat?

Laat de lieve wonnenbronne,
laat het leutig zonnenvier,
laat de verse blommen kommen,
laat weerom de lente, alhier!

Dan ja, zal ‘k genezen wezen,
opstaan en, gespannen fel,
of ‘t een klare snare ware,
dichten ende deunen wel!

Guido Gezelle
(februari/maart 1888)


Woordverklaring:
‘k zal mij van te dichten zwichten – ik zal mij er wel voor hoeden te dichten
bezen – bessen
lezen – verzamelen
wonnenbronne – bron van vreugde
deunen – zingen